Human capital & corporate risk

Het Pensioenakkoord nader ingevuld. En nu?

Afgelopen vrijdag, bij het ingaan van het weekend, kwam het bericht vanuit politiek Den Haag dat het kabinet en de sociale partners overeenstemming hebben bereikt over nieuwe afspraken m.b.t. het Pensioenakkoord. Hoe zat het ook alweer? En nog belangrijker: hoe nu verder? Via dit bericht informeren wij u over de huidige stand van zaken. Met daarbij de belofte om u binnenkort meer in detail te informeren.

1e pijler: AOW

Het Pensioenakkoord van medio 2019 betrof m.n. AOW-gerelateerde onderwerpen, waarvan de belangrijkste de gewijzigde koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting. Alhoewel het tempo waarin de AOW-leeftijd stijgt door het Pensioenakkoord is gedempt, dient, uitgaande van een stijgende levensverwachting, óók in de toekomst rekening te worden gehouden met een stijgende AOW-leeftijd.

2e pijler: werkgever/ werknemer-pensioen

Pensioenfondsen: premiebetaling van doorsnee naar leeftijdsonafhankelijk

Er is veel discussie over de premie-systematiek die in de pensioenfondswereld wordt aangehouden: de zogenaamde ‘doorsneesystematiek’. In deze systematiek wordt de pensioenpremie uitgedrukt in een voor iedere werknemer gelijk percentage van de pensioengrondslag. Daarbij worden dus de verschillende kostprijzen van pensioen voor jongeren versus ouderen genegeerd. Met als gevolg dat de ‘jongere’ ‘te veel’ betaalt en de ‘oudere’ ‘te weinig’. De ‘jongere’ die niet zijn/ haar ‘leven lang’ bij hetzelfde pensioenfonds aanblijft wordt dan ook tekort gedaan. Een ‘jongere’ die na een aantal jaren van werkgever resp. pensioenuitvoerder wijzigt, heeft teveel betaald voor zijn/ haar opgebouwde rechten.

Het is de bedoeling om deze ‘doorsneesystematiek’ af te schaffen. Een gelijkblijvende premie blijft uitgangspunt. Echter, in het nieuwe systeem krijgen deelnemers een opbouw die past bij deze betaalde premie. De ‘jongere’ (met een groter aantal opbouwjaren) koopt voor dezelfde premie een hoger pensioen in dan de ‘oudere’ (met nog een kleiner aantal opbouwjaren). De hoogte van deze premie wordt daarbij afgestemd op het eigen bedrijf of sector.

Medewerkers die door deze switch er op achter uit gaan, worden gecompenseerd via de buffers van de pensioenfondsen. Deze buffers ontstaan doordat pensioenfondsen mogen gaan rekenen met een projectierendement, waardoor een hogere dekkingsgraad ontstaat.

Pensioenfondsen: pensioenaanspraak van garantie naar volatiliteit

Niet langer zijn (toegezegde) pensioenaanspraken het uitgangspunt, maar het beschikbare pensioenbudget. Ontwikkelingen op de financiële markten kunnen er toe leiden dat de hoogte van het in te kopen pensioen, uitgaande van het overeengekomen pensioenbudget, zal fluctueren. Van een uitzicht op een hard, gegarandeerd pensioeninkomen is definitief geen sprake meer. Door te gaan rekenen met een zogenaamde ‘projectierendement’ in plaats van een ‘risicoloze rente’, worden de dekkingsgraden hoger en kunnen pensioenen eerder worden geïndexeerd, maar ook eerder worden gekort.

N.B.: het akkoord op het bovenstaande is reden voor de minister om de waarschijnlijke korting van pensioenaanspraken te beperken tot alleen die pensioenfondsen met een dekkingsgraad lager dan 90% einde van dit jaar.

Verzekeraars/ PPI’s: premiebetaling  van leeftijdsafhankelijke, stijgende beschikbare premiepercentages naar leeftijdsonafhankelijk, vast beschikbaar premiepercentage

De switch naar de leeftijdsonafhankelijke premie bij pensioenfondsen werkt ook door in beschikbare premieregelingen. De leeftijdsafhankelijke beschikbare premiestaffel zal ingeruild worden voor een leeftijdsonafhankelijk beschikbaar premiepercentage: ongeacht de leeftijd voor alle medewerkers één en hetzelfde percentage. Naar verwachting zal dit percentage voor ‘jongeren’ aanzienlijk hoger zijn dan thans het geval is. Voor ‘ouderen’ zal dit percentage juist weer fors lager zijn. Maar daar hoort dan wel een kostbare compensatiemaatregel bij. Aangezien bij verzekeraars/ PPI’s geen sprake is van een buffer beschikbaar om de compensatie uit te financieren, wordt voorgesteld om bestaande beschikbare premieregelingen met leeftijdsafhankelijke (stijgende) beschikbare premiepercentages te respecteren. Voor indiensttreders moet wel worden uitgegaan van een vast, leeftijdsonafhankelijk beschikbaar premiepercentage.

Hoe nu verder?

De vakbonden leggen het bereikte akkoord nu voor aan de achterban. De minister zal vrijdag zijn collega’s informeren.

Het is de bedoeling dat de bovenstaande regelgeving per 2022 in gaat. Er zal een overgangstermijn komen om alle  betrokken partijen de tijd te gunnen de eigen pensioenregeling aan te passen aan de nieuwe wetgeving.

Moet u nu al aan de slag? Nog voor het zomerreces verschijnt een Hoofdlijnennota met daarin opgenomen een meer concrete uitwerking. Wij houden u geïnformeerd en gaan zo spoedig mogelijk voor u aan de slag. De eerste stap zal zijn de opmaak van een ‘Pensioenakkoord Scan’: deze Scan is een korte (eerste) analyse van de impact (kwalitatief/ kwantitatief) van het Pensioenakkoord op uw pensioenregeling.

Heeft u vragen naar aanleiding van deze Kort & Bondig, neemt u dan contact met ons op: via uw contactpersoon binnen onze organisatie, via 033-7505000 of via pensioenvragen@krollerboom.nl.


Dit artikel is geplaatst door Marcel van Pinxteren. Directeur Human Capital