Human capital & corporate risk

Rekenfactoren UWV gedifferentieerde premie WGA en Ziektewet 2021 bekend

Zoals ieder jaar maakt het UWV omstreeks 1 september de rekenfactoren bekend voor het komend jaar. Deze rekenfactoren zijn samen met een aantal individuele kerngetallen bepalend voor de hoogte van de WGA- en Ziektewetpremie. In dit artikel zetten wij de belangrijkste wijzigingen en consequenties voor u op een rij.

Hoe zit het ook alweer?

De gedifferentieerde WGA- en Ziektewetpremie voor grote werkgevers (100+ werknemers) is gebaseerd op een gemiddeld premieniveau met een toeslag of korting die bepaald wordt aan de hand van het individuele werkgeversrisico. Kleine werkgevers (<10 werknemers) betalen een sectoraal vastgestelde premie en middelgrote werkgevers (10-100 werknemers) betalen een premie die het gewogen gemiddelde is tussen de sectorpremie en het individuele risico.

Effecten coronacrisis op de lange termijn

Vanwege de coronacrisis houdt het UWV dit keer een flinke slag om de arm als het gaat op de ramingen waarop de nieuwe rekenfactoren zijn gebaseerd. De verwachting is dat de premies de komende jaren verder zullen toenemen vanwege de verwachte toename van de werkloosheid en de onzekerheid van het tempo waarin de economie zal herstellen.

Aan de ene kant zal bij stijgende werkloosheid het aantal Ziektewetuitkeringen toenemen. Ook wordt er een stijging van de WGA-instroom verwacht, zij het met een vertraging vanwege de wachttijd van 2 jaar die van toepassing is. Aan de andere kant zal er minder premie binnenkomen omdat de premieplichtige loonsom zal dalen als gevolg van de conjuncturele ontwikkelingen. Omdat het UWV de rekenfactoren heeft gebaseerd op de juninota van het CPB kan nog niet met zekerheid worden gesteld wat de toekomstige effecten zullen zijn.

Ontwikkeling premie 2021

Al met al stijgt het gemiddelde percentage WGA in 2021 licht van 0,76% naar 0,78% ten opzichte van 2020 door stijgende WGA-lasten. Hierdoor krijgt 63% van de publiek verzekerde werkgevers te maken met een premiestijging. De stijging van de gemiddelde Ziektewetpremie is forser (van 0,52% naar 0,58%) wat voor 68% van de werkgevers een stijging betekent.

Wat betekent dit voor u?

Het overgrote deel van de werkgevers gaat volgend jaar dus een hogere premie betalen. Dit is een direct gevolg van de stijgende uitkeringslasten. Voor grote werkgevers geldt immers; hoe hoger de individuele schadelast, hoe hoger de gedifferentieerde premie. En andersom natuurlijk. Omdat de premie onder andere afhankelijk is van de schadelast op basis van het t-2 principe, kunnen grote verschillen in de te betalen premie ontstaan.

Waarom is het belangrijk om daar nu al bij stil te staan?

Met de publicatie van het UWV kunnen werkgevers nu bepalen wat de af te dragen WGA- en Ziektewetpremie voor het komend jaar gaat worden. De premie wordt ieder jaar vastgesteld aan de hand van o.a. de toebedeelde schadelast. Er kunnen dus zeer grote verschillen in premie ontstaan, omdat de bandbreedte tussen de minimum- (0,33%) en de maximumpremie (5,44%) enorm groot is. Werkgevers kunnen hierdoor voor verrassingen komen te staan zodra de definitieve premie in december wordt vastgesteld.

Werkgevers kunnen ervoor kiezen om eigen risicodrager te zijn voor de WGA en/of de Ziektewet en hoeven dan geen premie meer af te dragen aan de Belastingdienst. Dit moet dan uiterlijk op 1 oktober of 1 april te worden aangevraagd om per 1 januari of 1 juli uit het publieke stelsel te treden.

Het aanvragen van het Eigenrisicodragerschap kan bij de Belastingdienst.

Stijging van de WGA- en Ziektewetpremies in 2021

Hoewel het gemiddelde percentage gaat stijgen voor het overgrote deel van de werkgevers, hoeft dat niet voor iedereen zo te zijn. De uiteindelijke premie is afhankelijk van de individuele schadelast. Als we de rekenfactoren verder analyseren dan zullen werkgevers met een gelijkblijvende WGA-schadelast en loonsom zelfs een iets lagere gedifferentieerde premie gaan betalen. Dit is het gevolg van een lagere correctiefactor. De correctiefactor voor (mede)bepaling van de Ziektewetpremie stijgt juist waardoor een tegengesteld effect van toepassing is; een hogere premie bij gelijkblijvende omstandigheden.

Verder wijzen we u nogmaals op de verhoging van de maximumpremie naar 5,44% (2019: 5,12%) waardoor de bandbreedte tussen de minimum- en maximumpremie verder toeneemt.

Conclusie en aanbevelingen

De stijging van de gemiddelde premie is met name het gevolg van de stijgende uitkeringslasten. Het UWV waarschuwt in de premienota wel al voor de gevolgen van coronacrisis, namelijk een combinatie van stijgende WGA- en Ziektewetuitkeringen en een lagere premieloonsom. Er is dus onzekerheid bij het UWV over de ontwikkeling van de uitkeringslasten. In onze nieuwsbrief die wij eerder dit jaar verstuurden hebben wij onze zorgen over de stijgende lasten voor werkgevers al geuit.

Al met al een hoop onzekerheid over de lasten in een al even onzekere periode. De vraag is dan ook wat werkgevers nu zouden moeten doen. Ons advies aan werkgevers die nog publiek verzekerd zijn voor de WGA en Ziektewet is om te onderzoeken hoe de gedifferentieerde premie zich gaat ontwikkelen in 2021 en daarnaast op zoek te gaan naar een alternatief. Mogelijk dat op deze wijze de kosten beheersbaar kunnen blijven.

Ook werkgevers die reeds eigen risicodrager zijn doen er verstandig aan om kritisch te kijken naar de huidige situatie en het eventuele verlengingsvoorstel dat de private verzekeraar stuurt. Een benchmark met andere private partijen en het UWV is zeker verstandig.

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met de specialisten van Kröller Boom.


Dit artikel is geplaatst door Luc Flipsen. Consultant Corporate Wellness